Komkommertijd

Tijdens de zomermaanden is het komkommertijd, maar Linette en ik hebben er in zee nog geen enkele gezien. De term zou afkomstig zijn uit Engeland en duidt erop dat er tijdens deze periode weinig te beleven valt. Dat is aan zee niet geheel waar, maar bleek tijdens mijn 35-jarige carrière bij de krant meer dan eens te kloppen. Ik werkte meer dan de helft van mijn leven als regiojournalist en wanneer er geen nieuws te rapen viel, kreeg ik de opdracht om creatief te zijn met het weinige dat overbleef. Zo schreef ik ooit een artikel over een 7-jarig meisje dat er een pretpark voor lieveheersbeestjes op nahield. Het tafereel had iets aandoenlijk; tot ze aan haar demonstratie van de waterattracties begon. Haar ouders klapten fier in de handen en prijsden haar om haar geniale constructies. Ik kon mezelf alleen maar voorhouden dat ik als journalist de taak heb om de waarheid weer te geven, niet om ze te veranderen. Dus hield ik mijn mond en keek ik toe hoe ze de waterton en vervolgens de boomstammetjes een testrit gaf. Moest massamoord op een insectengezin strafbaar zijn, zou ik medeplichtig worden bevonden in de hoogste graad. Het was geen fier moment voor mij, maar het artikel bezorgde me wel een schouderklopje van de hoofdredacteur. Soms moet je gewoon voor gemakkelijk durven kiezen als dat binnen handbereik ligt.

Ik merk dat ik sinds onze verhuis naar zee steeds vaker denk aan dingen die er niet meer zijn, of er in eerste instantie misschien nooit waren. Linette en ik besloten twee jaar geleden om een appartement in Oostende te kopen. We waren toe aan iets nieuws en zijn altijd gek geweest op deze plek. Hoe je het bij de vistrap tegen de hongerige meeuwen moet opnemen om je bakje verse calamares veilig te stellen. Of hoe zandkorrels tijdens een picknick op het strand steeds een weg naar je broodje met ei vinden waardoor het geheel iets knapperig krijgt. We kunnen er allebei de charme van inzien. We gingen vroeger vaak op vakantie naar Oostende en hadden dan het gevoel dat de zee onze naam riep. Maar zeker wisten we dat natuurlijk nooit. Die bevestiging kregen we intussen nog steeds niet. Linette vindt dat vervelend, ik niet. Maar mijn vrouw kan het dan ook niet verdragen om ergens geen controle over te hebben. Vorige week nog gingen we iets eten bij onze vaste bistro om de hoek. Ze vroeg me wat ik wilde bestellen. Zij wilde spaghetti nemen, maar ik twijfelde nog. Ik had geen uitgesproken voorkeur en zei haar dat dat me ook wel zou smaken. Ze praatte me alsnog scampi’s in looksaus aan. Ik vond het allemaal prima en gaf mijn bestelling door aan de ober. Maar toen het haar beurt was, rolde er plots “pannenkoeken met banaan” uit haar mond. Dat is nu exact haar manier om controle te behouden. Of misschien gewoon om ervoor te zorgen dat ik niet bij haar wegga. Alsof ik dat ooit zou willen.


Dingen die mensen buiten zetten:

Een papieren zak vol oude stokbroden,
een microgolf waarvan het deurtje is afgebroken,
een gescheurde lampenkap in pasteltinten,
kartonnen dozen die hun inhoud verloren,
een afgedankte kerstboom,
elkaar.