Twaalfenhalf
In dit water tellen twaalfenhalf baantjes samen één kilometer.
Ik bedenk me dat doelen niet altijd groots hoeven te zijn.
Baan na baan, maal twaalfenhalf.
Ik tel ze om te meten, weten,
maar bovenal verder alles
te vergeten.
Eén: Op zichzelf (be)staand. Op goede dagen mezelf, op mindere slechts de helft.
Twee: De letterlijke betekenis van een paar. Al bedoelen mensen dààr meestal meerderen mee. Verwarrend.
Drie: Niet Goudlokje’s favoriete getal.
Vier: Mijn favoriete manier van leven.
Vijf: Iets om naar uit te kijken als je om 9 gestart bent.
Zes: Een negen op haar kop.
Zeven: Brengt je geluk als je erin gelooft (maar anders waarschijnlijk ook).
Acht: Een eeuwigheid op haar zij.
Negen: Een palindroom. Gemiste kans dat het woord palindroom er zelf geen is, eigenlijk!
Tien: Verwaarloosbaar of het maximum, afhankelijk van de schaal.
Elf: Om 11 na 11 mag je een wens doen. Ik maak de regels niet.
Twaalf: Alweer een einde in zicht. Of is het een begin?
Enhalf: Immer de helft van een geheel en op zoek naar iets of iemand om zichzelf mee te vervolledigen. Met jou, misschien?
Baan na baan, maal twaalfenhalf.
In het water voelt mijn hoofd
boven water houden
niet als werken aan.