24 uur

 

Elke dag bestaat uit precies 24 uur. Hoewel dat basiskennis is, lijkt het soms ‘s werelds grootste leugen. Sommige dagen voelen verdomd lang aan terwijl anderen er precies nooit geweest zijn. Gek hoe relatief tijd kan zijn. Time flies when having fun, maar het omgekeerde is minstens even waar. Sinds ik terug thuis ben van mijn eerste verre reis alleen weet ik me geen blijf met mezelf. Drie weken ontdekken en genieten, moesten onvermijdelijk plaats ruimen voor een periode van solliciteren…en overdenken. Ik moet toegeven: in mijn hoofd ging die overgang heel wat vlotter. Ik had verwacht dat ik mezelf na die drie weken door en door zou kennen. Dat de uitgebreide ontdek jezelf-fase pas bij mijn thuiskomst zou volgen, was dan ook niet bij me opgekomen. Ik weet dat je een gegeven paard niet in de bek mag kijken. Maar geldt dat ook wanneer het om een vergiftigd geschenk en een slechte timing gaat?

Ik ben nog maar pas begonnen met solliciteren en merk nu al dat het me belachelijk onzeker maakt. Bij elke vacature waarvoor ik niet weerhouden word, verlies ik een beetje van het zelfvertrouwen dat ik in het verre Peru gevonden dacht te hebben. Het vinden van werk draait allemaal om de vraag ‘Waarom ben ík de juiste persoon voor deze job?’. En die wordt in mijn hoofd onvermijdelijk verdraaid naar ‘Bén ik wel goed genoeg voor deze job?’. Spoiler alert: mijn zelfgefabriceerde antwoord luidt steevast “nee”. Bijgevolg vul ik mijn dagen met het in vraag stellen van mezelf en alles wat ik ooit dacht zeker te weten, dodelijk vermoeiend. De tijd is zelden zo traag vooruit gegaan.

Ik heb van horen zeggen dat elke dag uit precies 24 uur bestaat. (Tegenwoordig sla ik ze het liefst allemaal in een keer over.)

Heimwee naar iets dat nog moest komen

 

Soms, heel soms, vraag ik me af of je iets kan missen dat er nog niet was. Zoals die ene pannenkoek die perfect goudbruin gebakken zou zijn als je hem niet in de pan had laten verbranden. De ontluikende vriendschap met het huilende dronken meisje dat je impulsief een troostende schouder had aangeboden in de wc. Of het voldane gevoel dat je zou hebben gehad als je net dat tikkeltje meer doorzettingsvermogen en lef had gehad.

Hoewel het niet bewezen is dat dit soort gemis werkelijk bestaat, doet de groeiende leegte in mijn hart me vermoeden van wel. Steeds vaker verlang ik naar een open einde dat niet meer komen zal.

Compliment

 

Com·pli·ment (het; o; meervoud: complimenten)
1. Woord van lof: iem. een compliment maken

Ik wil graag graag gezien worden. There, I said it. Ik zou het willen ontkennen, maar wat voor zin heeft het? De mening van anderen doet me wel degelijk iets. Onbewust hunker ik naar de goedkeuring en appreciatie van mijn omgeving…tot ik een compliment krijg. Dan wordt het even zwart voor mijn ogen. ‘Omgaan met complimenten voor beginners’ is namelijk een levensles die ik ergens gemist lijk te hebben. Lieve woorden brengen me in verlegenheid. Daardoor stel ik me meestal nogal ontkennend of minimaliserend op wanneer iemand me complimenteert. “Och, dat was maar een koopje” of “Jìj ziet er pas goed uit” is slechts een greep uit het assortiment van mijn socially awkward antwoorden.

Onlangs verbaasde ik echter vriend, vijand en vooral mezelf toen mijn lief me complimeerde. Hij zei me dat ik er goed uitzag en voor het eerst sinds lang zag ik een alternatief om hierop te reageren. “Dankje, ik voel me ook goed”, lachte ik zonder verpinken. En dat was allesbehalve gelogen.

Dobberen

 

Alleen mijn gezicht, gespreide handpalmen en  tenen steken nog boven het water van het wondermooie Lake Bohinj uit. Ik sluit mijn ogen en geniet van het contrast tussen het verfrissende water en de warme zonnestralen. Onder water vangen mijn oren verschillende klanken en verhalen op. Ze zijn afkomstig van andere zwemmers die enthousiast roepen omdat ze een strandbal hebben gevangen of zichzelf vervloeken omdat ze van hun watermatras zijn gerold. Ik laat het gebeuren en maak mijn hoofd leeg. Alleen maar in- en uitademen. Op het ritme van de golven, waarop ik subtiel meedans.

Geleidelijk aan wordt mijn lichaam naar beneden getrokken. Het lijkt haast alsof mijn buikspieren me iets duidelijk willen maken. Ik open verrast mijn ogen en tast met mijn voeten naar de bodem. Zo kan ik nog net vermijden dat ik kopje onder ga. Wanneer ik terug rechtop sta, ontsnapt me een gelukzalige giechel. Het uitzicht is werkelijk adembenemend. Zou ik ooit aan deze schoonheid kunnen wennen? Ik hoop van niet.

Ik knipoog naar de zon en wens dat de tijd even stilstaat.

Het donker is zo overweldigend dat zelfs de sterren er verlegen van worden. Ik steun op mijn ellebogen om rechtop te geraken.  Mijn ogen knijp ik tot spleetjes, in een wanhopige poging om mensen van bomen te kunnen onderscheiden. Het besef dat dit niet lukt, bezorgt me een onbehaaglijk gevoel. Ik zou zomaar even omringd kunnen zijn door tientallen mensen die het op en neergaan van mijn middenrif nauwgezet observeren, misschien zelfs turven. Of iemand zou me al een hele tijd vanop een afstand kunnen volgen. Geruisloos, zich verhullend in de verschillende tinten zwart die de lucht rondom me heeft aangenomen. Maar even goed ben ik hier echt helemaal alleen. Met mijn voeten in het gras en mijn gedachten ergens ver weg. Ik weet niet welk scenario me het meeste angst inboezemt. Alleen zijn kan zowel bevrijdend als verlammend werken. En vanavond kan ik moeilijk inschatten wat voor effect het op mij zal hebben.

Paradox

 

“Ik heb er een hekel aan als je me onderbree…” Haar boze blik sprak boekdelen, maar het weerhield hem er niet van om zijn lippen vol op de hare te drukken. Gewoon, om te proeven hoe de rest van haar woorden zouden smaken. En zij? Zij was nog nooit zo snel van gedachte veranderd.

Onderweg

 

Het avontuur opzoeken, zorgeloos ontspannen, ontsnappen aan alle drukte die steevast een plekje in je hoofd opeist. Iedereen heeft zijn redenen om -al dan niet tijdelijk- andere oorden op te zoeken. En ik ben zeker geen uitzondering. Wat is er nu leuker dan ergens (ver) van huis helemaal opnieuw te kunnen beginnen? Al is het maar voor een dag of drie. Op vakantie zijn er geen verplichtingen. Je to do-lijstje is voor de verandering helemaal leeg. Het wacht vol ongeduld om gevuld te worden met alles waar jij naar verlangt. De grootste zorg van de dag bestaat uit het kiezen van het perfecte souvenir of het juiste restaurant. En laten we even heel eerlijk zijn: hiervoor is de term ‘first world problems’ in het leven geroepen.

Helaas heeft elke medaille een keerzijde. Als ‘op reis gaan’ een van de leukste dingen in het leven is dan moet ‘onderweg zijn’ zich ergens helemaal aan het uiterste van die schaal bevinden. Zenuwslopende vertragingen en luchthavencontroles stellen mijn zin in vakantie jaarlijks zwaar op de proef. En breek me de bek niet open over de talloze uren die ik wegens wagenziekte in foetushouding heb doorgebracht.

Zo herinner ik me die ene autorit dat ik fier mijn eerste FlickFlack-horloge rond mijn pols droeg. Het was een roze exemplaar met nijlpaarden op het bandje. Ik had het voor mijn eerste communie gekregen. Mijn ouders, broer en ik waren onderweg op de snelweg. Ik kan me de bestemming niet meer herinneren, maar de tocht leek eindeloos. Terwijl ik de wijzers van mijn uurwerk nauwlettend in het oog hield, voelde ik mijn maag stilaan omdraaien. De twee nijlpaarden die ik enkele minuten voordien nog verafgoodde, leken plots de bron van al het kwaad. Wat waren zij zo naar mij aan het kijken? Hun arrogante attitude maakte me haast nog misselijker. Toen ik het vertrouwde gevoel van een speekselgolf in mijn mond voelde opkomen, wist ik meteen hoe laat het was. Daar had ik mijn prachtige horloge niet voor nodig. En maar goed ook want een ogenblik later werden de glitterroze cijfers bedekt door een laagje ontbijt en kinder bueno. De schaamte die ik voelde toen ik me aan de kant van de snelweg moest omkleden, is onbeschrijfelijk. Maar dat moet ik je vast niet uitleggen. Of je nu zeven, zeventien of zeventig bent: het went nooit om in je (halve) nakie voorbij te worden geraasd door bestuurders die hun maaginhoud wél weten binnen te houden.

In het middelbaar ging ik dan weer op eindejaarsreis naar Italië. Tot voordien ging ik langdurige auto-, bus- en treinritten hardnekkig uit de weg. Maar deze keer was er geen ontkomen aan. Ik wilde koste wat het kost vermijden dat ik tijdens klasreünies ‘het kotsmeisje’ zou worden genoemd. Ik had me niet voor niets zes jaar lang low profile gehouden. Dus zat er maar een ding op: slapen. Zo goed als elke seconde op de bus bracht ik slapend door, wat me geen nominatie voor ‘beste busmaatje’ opleverde (wel een uitgebreide collectie aan slaapfoto’s). Maar het was de enige manier om er zeker van te zijn dat ik niet misselijk zou worden.  Gelukkig namen de urenlange busritten slechts 75% van de Italiëreis in beslag.

Ik moet je dus vast niet vertellen dat ik lang de charme niet heb ingezien van het ‘onderweg zijn’. Tot het tijdens een impulsieve schoolreis naar Compostella plots een doel op zich werd. Onze groep wandelde vijf dagen lang van Sarria naar Compostella. Met elke kilometer die ik wandelde, leerde ik niet alleen de anderen maar ook mezelf beter kennen. Ik liet me verwonderen door de natuur en genoot van elke stap. En dat besefte ik pas volledig toen we na zo’n 125 kilometer onze bestemming bereikte. Tijdens de intensieve vijfdaagse wilden we er allemaal zo graag zijn. We telden de kilometers af tot we aan de kathedraal van Compostella zouden aankomen. Maar toen het eindelijk zover was, beantwoordde de aankomst niet aan onze verwachtingen. We wilden niets liever dan terug vertrekken, onderweg zijn. De zeemzoetige quote “Happiness is a journey, not a destination” heeft het zelden zo perfect samengevat.

Vandaag

 

Vandaag wilde ze maar wat graag schrijven over de advocaat die ze had ontmoet en zijn gebrek aan empathie. Ze poogde de gelukzalige kriebels te omschrijven die ze voelde toen ze wakker werd naast haar favoriete paar ogen en armen. Ze probeerde zelfs de gekke sensatie neer te pennen die door haar lijf ging toen ze besefte dat de pinkende cursor op het lege Word-scherm voor haar op exact hetzelfde ritme als Tamino’s ‘Habibi’ bouncete.

Vandaag wilde ze niets liever dan haar dag met het papier delen, maar ze miste de juiste woorden. Misschien zouden ze morgen wel tevoorschijn komen? Altijd net een dag te laat.