Onderweg

 

Het avontuur opzoeken, zorgeloos ontspannen, ontsnappen aan alle drukte die steevast een plekje in je hoofd opeist. Iedereen heeft zijn redenen om -al dan niet tijdelijk- andere oorden op te zoeken. En ik ben zeker geen uitzondering. Wat is er nu leuker dan ergens (ver) van huis helemaal opnieuw te kunnen beginnen? Al is het maar voor een dag of drie. Op vakantie zijn er geen verplichtingen. Je to do-lijstje is voor de verandering helemaal leeg. Het wacht vol ongeduld om gevuld te worden met alles waar jij naar verlangt. De grootste zorg van de dag bestaat uit het kiezen van het perfecte souvenir of het juiste restaurant. En laten we even heel eerlijk zijn: hiervoor is de term ‘first world problems’ in het leven geroepen.

Helaas heeft elke medaille een keerzijde. Als ‘op reis gaan’ een van de leukste dingen in het leven is dan moet ‘onderweg zijn’ zich ergens helemaal aan het uiterste van die schaal bevinden. Zenuwslopende vertragingen en luchthavencontroles stellen mijn zin in vakantie jaarlijks zwaar op de proef. En breek me de bek niet open over de talloze uren die ik wegens wagenziekte in foetushouding heb doorgebracht.

Zo herinner ik me die ene autorit dat ik fier mijn eerste FlickFlack-horloge rond mijn pols droeg. Het was een roze exemplaar met nijlpaarden op het bandje. Ik had het voor mijn eerste communie gekregen. Mijn ouders, broer en ik waren onderweg op de snelweg. Ik kan me de bestemming niet meer herinneren, maar de tocht leek eindeloos. Terwijl ik de wijzers van mijn uurwerk nauwlettend in het oog hield, voelde ik mijn maag stilaan omdraaien. De twee nijlpaarden die ik enkele minuten voordien nog verafgoodde, leken plots de bron van al het kwaad. Wat waren zij zo naar mij aan het kijken? Hun arrogante attitude maakte me haast nog misselijker. Toen ik het vertrouwde gevoel van een speekselgolf in mijn mond voelde opkomen, wist ik meteen hoe laat het was. Daar had ik mijn prachtige horloge niet voor nodig. En maar goed ook want een ogenblik later werden de glitterroze cijfers bedekt door een laagje ontbijt en kinder bueno. De schaamte die ik voelde toen ik me aan de kant van de snelweg moest omkleden, is onbeschrijfelijk. Maar dat moet ik je vast niet uitleggen. Of je nu zeven, zeventien of zeventig bent: het went nooit om in je (halve) nakie voorbij te worden geraasd door bestuurders die hun maaginhoud wél weten binnen te houden.

In het middelbaar ging ik dan weer op eindejaarsreis naar Italië. Tot voordien ging ik langdurige auto-, bus- en treinritten hardnekkig uit de weg. Maar deze keer was er geen ontkomen aan. Ik wilde koste wat het kost vermijden dat ik tijdens klasreünies ‘het kotsmeisje’ zou worden genoemd. Ik had me niet voor niets zes jaar lang low profile gehouden. Dus zat er maar een ding op: slapen. Zo goed als elke seconde op de bus bracht ik slapend door, wat me geen nominatie voor ‘beste busmaatje’ opleverde (wel een uitgebreide collectie aan slaapfoto’s). Maar het was de enige manier om er zeker van te zijn dat ik niet misselijk zou worden.  Gelukkig namen de urenlange busritten slechts 75% van de Italiëreis in beslag.

Ik moet je dus vast niet vertellen dat ik lang de charme niet heb ingezien van het ‘onderweg zijn’. Tot het tijdens een impulsieve schoolreis naar Compostella plots een doel op zich werd. Onze groep wandelde vijf dagen lang van Sarria naar Compostella. Met elke kilometer die ik wandelde, leerde ik niet alleen de anderen maar ook mezelf beter kennen. Ik liet me verwonderen door de natuur en genoot van elke stap. En dat besefte ik pas volledig toen we na zo’n 125 kilometer onze bestemming bereikte. Tijdens de intensieve vijfdaagse wilden we er allemaal zo graag zijn. We telden de kilometers af tot we aan de kathedraal van Compostella zouden aankomen. Maar toen het eindelijk zover was, beantwoordde de aankomst niet aan onze verwachtingen. We wilden niets liever dan terug vertrekken, onderweg zijn. De zeemzoetige quote “Happiness is a journey, not a destination” heeft het zelden zo perfect samengevat.

Vandaag

 

Vandaag wilde ze maar wat graag schrijven over de advocaat die ze had ontmoet en zijn gebrek aan empathie. Ze poogde de gelukzalige kriebels te omschrijven die ze voelde toen ze wakker werd naast haar favoriete paar ogen en armen. Ze probeerde zelfs de gekke sensatie neer te pennen die door haar lijf ging toen ze besefte dat de pinkende cursor op het lege Word-scherm voor haar op exact hetzelfde ritme als Tamino’s ‘Habibi’ bouncete.

Vandaag wilde ze niets liever dan haar dag met het papier delen, maar ze miste de juiste woorden. Misschien zouden ze morgen wel tevoorschijn komen? Altijd net een dag te laat.

Als ik toen voor de keuze had worden gesteld, dan zou ik mezelf hebben weggestemd. Niet uit een spelprogramma met een eilandraad, maar uit dit leven.

Mijn afgekloven vingertoppen gaan langs mijn hemden en blouses, die naar goede gewoonte kaarsrecht op hun kapstok hangen. Terwijl ze de verschillende texturen gewaarworden, valt het me op dat haast elk kledingstuk zwart of grijs is. Er overvalt me een kort maar heftig gevoel van nostalgie, een gek soort gemis. Naar mijn kleurrijke jaren, de periode waarin ik de behoefte had om me mooi te voelen. Ik kan me de laatste keer dat ik mezelf van een laagje mascara voorzag amper nog voor de geest halen. En ook mijn drie paar rode lippenstift, elke tint een tikkeltje donkerder dan de vorige, liggen onaangeroerd in de make-uptas die zich in mijn badkamerkastje schuilhoudt.

Sinds jouw vertrek voel ik me precies zoals ik eruitzie: vermoeid en grauw. Onzichtbaar. Mijn gedachten dwalen af naar de laatste keer dat jouw blik de mijne kruiste. Je zag er toen exact hetzelfde uit als ik nu. Voelde je je toen ook hetzelfde? Die avond werd je omgeven door een jungle van buisjes en draden. De stilte die onvermijdelijk in de lucht hing, werd zo nu en dan onderbroken door het geluid van jouw hartslagmonitor of mijn diepe zuchten. Jouw ijskoude handen vertelden me toen een verhaal waarvoor je stem de kracht miste. Ik kon alleen maar knikken en hopen dat mijn lippen nog een laatste keer naar boven zouden krullen. Want dat waren ze je verschuldigd. Als ze je toen in de steek hadden gelaten, zou hun eigenaar nooit meer de kans hebben gekregen om het goed te maken. Dat leken ze gelukkig maar al te goed te beseffen want ze maakten me fier. Net als jij. Op een of andere manier deed je pijn lijden prachtig lijken. Die avond tikten de minuten langzaam weg. Ik voelde je steeds meer wegglijden. In een hopeloze poging om je langer bij mij te houden, kneep ik in je hand. Maar je had je keuze al gemaakt. “Het is goed”, wist je nog net uit te brengen. En toen sloten je ogen zich. Je zou nooit meer wakker worden.

De herinnering aan die bewuste avond jaagt nog steeds een koude rilling door mijn hele lichaam. Mijn hoofd barst van de ingehouden tranen. Het voelt alsof ik ieder moment zal breken. Ik moet even neerzitten. Instinctief vlei ik me neer op de lederen zetel naast de leeslamp. Jouw lievelingsplekje. Ik sluit mijn ogen, net als jij toen, en wens dat ik nooit meer wakker hoef te worden.

Moest ik toen de kans hebben gekregen om jou erin te houden, had ik er alles voor opgegeven. Niet in het minst mijn eigen bestaan.

Hoofd in de wolken

 

Moest dromen een voltijdse baan zijn, zou ik er ongetwijfeld ontzettend rijk mee worden. Dan reef ik zoveel kleurrijke briefjes en glanzende munten binnen dat mijn droomhuis ervan zou uitpuilen. Dan gaf ik een feest als ik Samson en Gert-gewijs de kaap van één miljoen bereikte en trakteerde ik iedereen op liters limonade en honderd kilo chocolade.

Kijk, nu betrap ik me er weer op. Dat ik me laat meevoeren op het zachte wolkenbed dat me richting dromenland leidt. Daarbij voor het gemak mijn bestaan als armzalige student even negerend. Mijn punt is: ik ben een geboren dromer. Ik heb het in zekere zin altijd al gedaan en ik ben ervan overtuigd dat het zelfs met wat duw- en trekwerk niet meer uit mij te krijgen is. En gelukkig maar.

In mijn tienerjaren hield ik er een dromenboekje op na. De man van mijn dromen, de gewenste kleur van mijn droomauto en het hondenras dat ik later op het schapenvelletje voor mijn open haard wilde aantreffen, stonden er uitgebreid in beschreven. Ik zag geen detail over het hoofd. Je weet maar nooit dat ik tijdens een boswandeling een magische lamp zou aantreffen en plots met mijn mond vol tanden zou staan zonder iets te kunnen bedenken om te wensen. Dat zou mij nooit overkomen. Ik had mijn voorzorgen genomen.

Tijdens de overstap van zorgeloze tiener naar zoekende twintiger moest mijn dromenboekje wijken voor een dromen-jar. Die had ik gevuld met papiertjes die mijn diepste wensen en ambities bevatten. Daar was ik toch mooi een hele middag zoet mee. Sommige dromen kon ik intussen van mijn lijst schrappen. De tijd dat ik een date voor het schoolbal wilde strikken, ligt helaas al even achter me. En ook een boek schrijven voor mijn twintig kon van de lijst geschrapt worden wegens niet meer haalbaar (Al heb ik de deadline gewoon wat verlaat toen ik hem opnieuw noteerde voor in mijn jar). Toch waren er veel dingen die ongewijzigd bleven. Zoals mijn ambitie om een herstelwinkeltje voor pennen te beginnen, mijn wens om de tango te leren en mijn droom om op de leeftijd van 40 jaar een Tupperware-avond te organiseren (geen commentaar). Grappig eigenlijk hoe alles doorheen de jaren zo anders is geworden, maar tegelijk zo hetzelfde is gebleven.

Onlangs werd ik 23 jaar. En zoals het verjaardagen traditioneel vergaat, drong een kort maar krachtig reflectiemoment zich op. Daarbij moest ik met pijn in het hart vaststellen dat mijn dromen gevangen zitten in een soort ingewikkelde paradox. Enerzijds zijn ze vanwege schoolwerk en de drukte en chaos van mijn leven in het algemeen nog nooit zo ver op de achtergrond verdwenen. Anderzijds zijn ze nu belangrijker dan ooit. Ik moet met lede ogen toekijken hoe dromen die al lang gerealiseerd hadden moeten worden, alweer een plaatsje dalen op mijn to do-lijst. En dit besef doet me pijn, alsof er iemand met een vork in mijn hart prikt.

Momenteel zie ik maar één oplossing: ik moet ingrijpen en snel. Ik wikkel mijn snoepkleurige dons helemaal om me heen en draai me nog een laatste keer om in bed. “Morgen begin ik eraan. Vanaf morgen komen mijn dromen uit.”