De schelpentheorie

“Hoe worden schelpen geboren?” De stilte waarmee ze al minutenlang zij aan zij door de winkelstraten wandelden, werd prompt onderbroken. Haar vraag verraste hem. “Daar heb ik nooit eerder bij stilgestaan”, bekende hij. Ze keek hem zijdelings aan. Haar blik verraadde een lichte ongeduldigheid. Alsof dit niet het pasklare antwoord was dat ze van hem hoopte te krijgen. “Oké. Maar nu ik je vraag om er wel bij stil te staan, wat denk je dan?”, drong ze aan. Ze haakte haar arm door de zijne als teken van aanmoediging. Ze vond het zalig om hem luidop te horen nadenken over haar willekeurige hersenspinsels. Dat wist hij maar al te goed. Er verscheen een ondeugende glimlach op zijn lippen. Een
teken dat hij bereid was om haar spel mee te spelen.

“Zou het zoals de geboorte van liefde zijn?”, vroeg hij haar op zijn beurt. Dat antwoord leek ze niet verwacht te hebben. “Het lijkt me vergezocht, maar je mag me van het tegendeel proberen te overtuigen”, reageerde ze scherper dan ze bedoeld had. Ze beet op haar onderlip, in een onhandige poging om haar woorden terug in te slikken. Hij besloot het te negeren.

“Voor mij is het simpel”, vervolgde hij zijn theorie. “Schelpen en liefde zijn zoals broer en zus. En de zee is hun moeder. Je moet de zee als het leven zien. Soms neemt ze dingen van je af, zoals een zandkasteel of een ziek familielid. Maar er zijn even goed momenten waarop ze dingen voor je achterlaat, zoals een schelp of een nieuwe liefde. Ik kan me de dag dat je op mijn strand aanspoelde nog goed herinneren.” Bij zijn laatste zin moest ze een giechel onderdrukken. Ze drukte zich steviger tegen hem aan en leunde met haar hoofd tegen zijn arm. Haar nieuwsgierigheid was gewekt. Ze hoopte nu al dat hij eeuwig zou doorgaan met vertellen. “Voor mij is de vraag niet hoe schelpen worden geboren, maar vooral waarom”, legde hij verder uit. “Want hoe beslist de zee dat het een perfect moment is om iemand een schelp cadeau te doen? Of jou, in mijn geval?”

Een buitenstaander had zijn gemijmer vast als nonsens afgedaan, maar voor haar leek het allemaal erg logisch. Ze hing aan zijn lippen en kon er alleen nog maar aan denken hoe graag ze die wou kussen. Zoals ze dat soms ook bij schelpen had. Misschien was zijn theorie zo gek nog niet? Het werd even stil. Hij voelde dat ze in gedachten verzonken was. “Ach, hoor me eens bezig. Wat weet ik er nu van?”, lachte hij zijn schelpentheorie weg. Haast  onverstaanbaar fluisterde ze terug. “Veel meer dan je denkt.”

Orde in de chaos

 

Dat een appartement zichzelf niet leegmaakt, weet ik natuurlijk ook wel. Maar ik had nooit verwacht dat ik op een dag noodgedwongen deel zou uitmaken van dit hoopje onervaren verhuizers. We spreken tweewekelijks af in een appartement waar ieder van ons andere herinneringen aan overhoudt. Hoewel we intussen al aan ons vierde bezoek toe zijn, blijven we ons verbazen over de hoeveelheid spullen die zich hier al die tijd schuilhield.

Mijn moeder had van in het begin een tactiek uitgedacht. We starten eerst met de grote objecten. Omdat deze de meeste ruimte innemen en daardoor een grotere leegte zullen achterlaten, wat motiverend zou moeten werken. Alle grote meubels en decoratiestukken passeren de jury. We nemen onze tijd om ze te bekijken en te vergelijken. En dan hakken we gezamenlijk de knoop door. Wanneer iemand ze wil, noteren we het op onze lijst. Zoniet, belandt het voorwerp op de stapel van spullen die naar de kringloopwinkel zal gaan.

Op deze manier verdelen we alles rondom ons onder in twee categorieën: die van ‘bijhouden’ en ‘weggooien’. We denken dat we hier goed aan doen. Dat we orde in de chaos scheppen. Zowel in het appartement als in onze hoofden. Maar wat we eigenlijk doen, zonder dat we er erg in hebben, is een mensenleven weggooien.

Zomeruur

 

Gregory leerde me dat er verschillende soorten van luiheid bestaan. Zelf valt hij in de categorie van mensen die een heel jaar door hun klok op het zomeruur laten staan. Tijdens de wintermaanden leeft hij in de toekomst en moet hij steevast een uur terugrekenen. Hij wacht dan tot de zomer weer opdaagt en de tijd zich vanzelf herstelt. Onze gemeenschappelijke vrienden ergeren zich aan deze gewoonte, maar ik bewonder hem er stiekem om. Het lijkt me heerlijk om problemen op hun beloop te laten tot ze uiteindelijk vanzelf verdwijnen. Die methode heb ik zelf nog niet onder de knie.

Komkommertijd

 

Tijdens de zomermaanden is het komkommertijd, maar Linette en ik hebben er in zee nog geen enkele gezien. De term zou afkomstig zijn uit Engeland en duidt erop dat er tijdens deze periode weinig te beleven valt. Dat is aan zee niet geheel waar, maar bleek tijdens mijn 35-jarige carrière bij de krant meer dan eens te kloppen. Ik werkte meer dan de helft van mijn leven als regiojournalist. Wanneer er geen nieuws te rapen viel, kreeg ik de opdracht om creatief te zijn met het weinige dat overbleef. Zo schreef ik ooit een artikel over een 7-jarig meisje dat er een pretpark voor lieveheersbeestjes op nahield. Het tafereel had iets aandoenlijk; tot ze aan haar demonstratie van de waterattracties begon. Haar ouders klapten fier in de handen en prijsden haar om haar geniale constructies. Ik kon mezelf alleen maar voorhouden dat ik als journalist de taak heb om de werkelijkheid weer te geven, niet om ze te veranderen. Dus hield ik mijn mond en keek ik toe hoe ze de waterton en vervolgens de boomstammetjes een testrit gaf. Moest massamoord op een insectengezin strafbaar zijn, zou ik medeplichtig worden bevonden in de hoogste graad. Het was geen fier moment voor mij, maar het artikel bezorgde me wel een schouderklopje van de hoofdredacteur. Soms moet je gewoon voor gemakkelijk durven kiezen als dat binnen handbereik ligt.

Ik merk dat ik sinds onze verhuis naar zee steeds vaker denk aan dingen die er niet meer zijn, of er in eerste instantie misschien nooit waren. Linette en ik besloten twee jaar geleden om een appartement in Oostende te kopen. We waren toe aan iets nieuws en zijn altijd gek geweest op deze plek. Hoe je het bij de vistrap tegen de hongerige meeuwen moet opnemen om je bakje verse calamares veilig te stellen. Of hoe zandkorrels tijdens een picknick op het strand steeds een weg naar je broodje met ei vinden waardoor het geheel iets knapperig krijgt. We kunnen er allebei de charme van inzien. We gingen vroeger vaak op vakantie naar Oostende en hadden dan het gevoel dat de zee onze naam riep. Maar zeker wisten we dat natuurlijk nooit. Die bevestiging kregen we intussen nog steeds niet. Linette vindt dat vervelend, ik niet. Maar mijn vrouw kan het dan ook niet verdragen om ergens geen controle over te hebben. Vorige week nog gingen we iets eten bij onze vaste bistro om de hoek. Ze vroeg me wat ik wilde bestellen. Zij wilde spaghetti nemen, maar ik twijfelde nog. Ik had geen uitgesproken voorkeur en zei haar dat dat me ook wel zou smaken. Ze praatte me alsnog scampi’s in looksaus aan. Ik vond het allemaal prima en gaf mijn bestelling door aan de ober. Maar toen het haar beurt was, rolde er plots “pannenkoeken met banaan” uit haar mond. Dat is nu exact haar manier om controle te behouden. Of misschien gewoon om ervoor te zorgen dat ik niet bij haar wegga.

Alsof ik dat ooit zou willen. Ze houdt het leven boeiend.