Storm in wording

Telkens wanneer mijn gedachten afdwalen
naar plaatsen die ik niet onder woorden kan brengen
en mijn ogen ophouden met knipperen
zodat mijn bestaan even op pauze wordt gezet.
Dan weet je het, nog voor ik het zelf weet,
en noem je me een storm in wording.

Vreselijk hoe jij altijd gelijk hebt.

Ik las onlangs dat je je na een jaar nog maar 50% van details kan herinneren. Als je er bij stilstaat, verliezen we zo de helft van wat we meemaken. Of erger nog: verzinnen we het. Sindsdien begrijp ik mijn moeder als ze zegt dat ik de architect van mijn eigen leven ben.

Onwetend

De laatste keer dat ik een bad nam,
was ook de dag waarop ik mijn oma voor het laatst zag.
Ik stond er toen niet bij stil
dat haar rimpels stilaan de mijne werden.
Piekerend in het lauwe water, omringd door een laagje schuim.

Er is zoveel om te vergeten.

Op proclamaties voelde ik me nog steeds mislukt. Verjaren betekent optellen, maar niet steeds op de goede manier. Onze liefde mocht van jou niet blijven duren. Mensen die de wereld mooier maakten, zijn er plots niet meer. Ik ben bang om niet genoeg te zijn, hoe vaak anderen me ook van het tegendeel proberen overtuigen.

Schreef ik al dat er zoveel is om te vergeten?

De schelpentheorie

“Hoe worden schelpen geboren?” De stilte waarmee ze al minutenlang zij aan zij door de winkelstraten wandelden, werd prompt onderbroken. Haar vraag verraste hem. “Daar heb ik nooit eerder bij stilgestaan”, bekende hij. Ze keek hem zijdelings aan. Haar blik verraadde een lichte ongeduldigheid. Alsof dit niet het pasklare antwoord was dat ze van hem hoopte te krijgen. “Oké. Maar nu ik je vraag om er wel bij stil te staan, wat denk je dan?”, drong ze aan. Ze haakte haar arm door de zijne als teken van aanmoediging. Ze vond het zalig om hem luidop te horen nadenken over haar willekeurige hersenspinsels. Dat wist hij maar al te goed. Er verscheen een ondeugende glimlach op zijn lippen. Een
teken dat hij bereid was om haar spel mee te spelen.

“Zou het zoals de geboorte van liefde zijn?”, vroeg hij haar op zijn beurt. Dat antwoord leek ze niet verwacht te hebben. “Het lijkt me vergezocht, maar je mag me van het tegendeel proberen te overtuigen”, reageerde ze scherper dan ze bedoeld had. Ze beet op haar onderlip, in een onhandige poging om haar woorden terug in te slikken. Hij besloot het te negeren.

“Voor mij is het simpel”, vervolgde hij zijn theorie. “Schelpen en liefde zijn zoals broer en zus. En de zee is hun moeder. Je moet de zee als het leven zien. Soms neemt ze dingen van je af, zoals een zandkasteel of een ziek familielid. Maar er zijn even goed momenten waarop ze dingen voor je achterlaat, zoals een schelp of een nieuwe liefde. Ik kan me de dag dat je op mijn strand aanspoelde nog goed herinneren.” Bij zijn laatste zin moest ze een giechel onderdrukken. Ze drukte zich steviger tegen hem aan en leunde met haar hoofd tegen zijn arm. Haar nieuwsgierigheid was gewekt. Ze hoopte nu al dat hij eeuwig zou doorgaan met vertellen. “Voor mij is de vraag niet hoe schelpen worden geboren, maar vooral waarom”, legde hij verder uit. “Want hoe beslist de zee dat het een perfect moment is om iemand een schelp cadeau te doen? Of jou, in mijn geval?”

Een buitenstaander had zijn gemijmer vast als nonsens afgedaan, maar voor haar leek het allemaal erg logisch. Ze hing aan zijn lippen en kon er alleen nog maar aan denken hoe graag ze die wou kussen. Zoals ze dat soms ook bij schelpen had. Misschien was zijn theorie zo gek nog niet? Het werd even stil. Hij voelde dat ze in gedachten verzonken was. “Ach, hoor me eens bezig. Wat weet ik er nu van?”, lachte hij zijn schelpentheorie weg. Haast  onverstaanbaar fluisterde ze terug. “Veel meer dan je denkt.”