Het lukt me niet om je klein te houden. Ik heb het geprobeerd, maar je wordt steeds groter. Onlangs nog ontgroeide je mijn broekzak. En ook in de bruine envelop die ik in de onderste lade van mijn schrijftafel bewaar, pas je niet langer. Ik weet dat ik je beloofde om je helemaal voor mezelf te houden. Maar steeds vaker voel ik de drang om je met anderen te delen. Of toch tenminste je bestaan.

Zeker

Ik hoor een fietser naderen, maar draai me niet om. Ergens weet ik al dat jij het bent. Wie anders is er op dit uur nog (of al) op straat? Je remt bruusk voor mijn neus en even voelt het alsof er oceanen tussen ons in zijn. Maar het zijn maar vijf kasseien. Ik heb ze geteld. “Goeienacht”, zeg ik. Mijn lach verraadt meer dan ik wil prijsgeven. Maar je speelt het spel mooi mee. We weten tenslotte beiden waarvoor we hier zijn en hebben geen haast.

Je stapt van je fiets en plaatst hem tegen de gevel van de bakker die al terug wakker is. Je cijferslot hangt nog aan het stuur. Voorlopig gaan we nergens heen. Je vertelde me ooit dat de code van het slot nog steeds 000 is omdat je het te veel moeite vond om die aan te passen. Dat had me niets verbaasd. Je bent liever lui dan moe, altijd al geweest. Maar vanavond ben je speciaal je bed uit gekomen om me te zien. Dat besef maakt me warm vanbinnen.

Het duurt negenentwintig seconden voor je weer tegenover me staat. Deze keer worden we maar door drie kasseien gescheiden. We boeken vooruitgang. Op dit punt hebben we al vaker gestaan. Aan het einde van mijn straat met dezelfde intentie. Steeds had een van ons zich op het laatste moment bedacht. Eerst jij en daarna ik. Meer uit angst dan uit twijfel, dat wel. Wanneer je verliefd bent op je beste vriend valt er nu eenmaal meer te verliezen dan te winnen. Maar vanavond is anders, definitiever. Voor je me de kans geeft om opnieuw “nee” te zeggen, zeg ik “Ja”. En ik denk: zo voelt het om zeker te zijn.