Pompen of verzuipen

Ik ben nooit een uitmuntende zwemmer geweest. De reden? Een zwemles-trauma tijdens de lagere school. Als 5-jarig meisje kreeg ik mijn eerste zwemles. Ik deelde de kleedkamer met de jongens en meisjes van mijn klas. Een beetje ongemakkelijk hees ik me in mijn favoriete lichtblauwe zwempakje met letters en cijfers erop. Ik wachtte tot mijn vriendinnen omgekleed waren en samen repten we ons naar onze klasgenoten, die zich aan de rand van het zwembad hadden verzameld. Daarbij letten we erop dat we zeker niet liepen, zoals het bordje aan de muur ons gebood. Het kon immers glad zijn en we hadden intussen al wat leren lezen.

We wachtten in een chaotisch hoopje bij het diepe deel van het zwembad. Wanneer we voltallig waren, stak de zwemjuf van wal. Of iemand van ons al schoolslag kon? Ik schudde mijn hoofd. Mijn bescheiden zwemervaring bestond tot dat moment uit wat gespartel met mijn in fluobandjes verpakte armen. Een paar klasgenoten knikten, maar ze leken eerder zichzelf dan de juf te proberen overtuigen. Bij gebrek aan feedback wees de juf een Chinese vrijwilliger aan, een klein meisje met lange donkerblonde krullen. “Jij, kom eens hier staan.” Ze wees ostentatief naar de glibberige zwembadrand. Het arme meisje liep met gebogen hoofd naar voren. “Zwemmen is gewoon een kwestie van durven”, ging de juf verder. Om haar woorden kracht bij te zetten, haalde ze een lange smalle stok tevoorschijn. “Straks wanneer je in het water springt, probeer je deze stok gewoon te volgen. En voor je het weet, ben je aan de overkant.” Had ik dat nu goed gehoord? Zou ze écht zomaar het diepe water in moeten, zonder enige voorbereiding? Op een antwoord moest ik niet lang wachten. Nog geen tien seconden later sprong het meisje -mits een fysiek duwtje in de rug – het zwembad in. Na een korte plons kwam ze spartelend boven water. Ze zwaaide haar armen paniekerig in het rond. Daarbij had ze totaal geen oog voor de stok die de juf enkele meters verder voor haar uitstak. Je zou voor minder. Na enkele seconden – die voor haar als een eeuwigheid moeten hebben aangevoeld- leek de juf  door te hebben dat dit geen aangewezen manier van lesgeven was. Ze begeleidde het meisje met haar stok naar de kant en hielp haar het zwembad uit.

Het klinkt misschien gek, maar die paar seconden waren voldoende om me een (plaatsvervangend) jeugdtrauma te bezorgen. Jarenlang ben ik doodsbang geweest om het zwembad in te springen. Bang om te blijven vallen, bang om niet meer boven te komen. Ik behaalde mijn eerste zwembrevet van 25 meter pas in het derde leerjaar. En dat was voor mij best een prestatie. Mijn meester plakte zelfs een post-it op mijn brevet om me te feliciteren. Het behalen van mijn 50m-brevet kostte me beduidend meer moeite. Je moet weten dat ik tijdens de lagere school een korte crush op Filiberke had, het onhandige vriendje van wonderkind Jommeke. De strip ‘Filiberke gaat trouwen’ stak bijgevolg mijn ogen uit. Ik wilde doodgraag weten voor welk meisje Filiberke me liet zitten. Helaas was de strip erg moeilijk te verkrijgen. Mijn moeder beloofde me hem cadeau te geven als ik mijn brevet van 50 meter zou behalen. Een betere motivator kon ik me op dat moment niet voorstellen. Al bleek het niet genoeg te zijn om mijn angst te overwinnen. Op de grote dag was ik zo misselijk van de stress dat ik zelfs geen poging waagde. Stouterik als ik was, loog ik tegen mijn moeder en zei ik dat ik wel drie baantjes gezwommen had. Die strip konden ze me lekker niet meer afnemen. De daaropvolgende zwemles kreeg ik gelukkig een herkansing. Ik raapte al mijn moed bijeen en zwom de angst en het schuldgevoel over mijn leugentje van me af. Die 50 meter was dan toch in de pocket! Het zwembrevet van 100 meter kon ik pas in het zesde leerjaar op mijn palmares schrijven. Het kostte me bloed, zweet en tranen maar uiteindelijk geraakte ik zes keer naar de overkant. Ik voelde me onoverwinnelijk! Tot mijn andere klasgenoten diezelfde dag hun redderdiploma behaalden. Ach, zit je eigen kracht niet in het kennen van je zwaktes?

Als 5-jarig meisje wist ik al dat ik nooit een uitmuntende zwemmer zou worden. Maar ik bleef mijn best doen en geleidelijk aan leerde ik om mijn grenzen te verleggen. En zo gaat het vandaag eigenlijk nog steeds. Spring maar! Niet denken aan de bodem, probeer gewoon je hoofd boven water te houden.